Over

Als kleuter raapte ik van het grindpad in het park mooie(?) steentjes, als tiener maakte ik een museum van veertjes, houtjes, muntjes, suikerzakjes, allerlei dingen die ik verzamelde en mooi vond. Als puber maakte ik een wandkleed van afgedankt plastic.

Daarnaast waren textiel, verf, tekenmaterialen, klei en steen, de materialen waarmee ik mijn kijk op leven en werkelijkheid verbeelde. De klassieke materialen dus.

Op de academie koos ik voor de richting schilderen en tekenen. Daar ging ik na het afronden van de opleiding nog een tijd mee door. 

Mijn stiefvader, ook kunstenaar, spotte over zijn eigen enorme produktie van kunstwerken: "daar kan een flink stuk van de zee mee gedempt worden". Beetje flauw misschien maar toch, met de mijne erbij zouden we een dijk naar Engeland kunnen leggen.

De gedachte dat ik met mijn onbedwingbare behoefte om me uit te drukken in beelden en bezig te zijn met dingen maken alleen nog maar meer rotzooi aan de aarde toevoegde vond ik niet zo consequent. Ik probeerde te leven naar het idee dat “alles wat kan niet altijd moet”. Ik geloof er wel in dat we veel vragen van de aarde. We zijn met zoveel en hebben zoveel nodig aan grondstoffen en ruimte om te leven. Gewend als we zijn dat alles wat we willen ook moet kunnen. Het zit nog steeds in ons systeem dat dat een recht is voor ieder individu. En houd ook nog de economie in stand.

Deze gedachtes en het feit dat ik altijd al een voorliefde had voor schijnbaar waardeloze spullen verzamelen dreven mij steeds meer in de richtig van beeldend bezig zijn met afgedankt materiaal.  

                               

                                                                                                               Ineke de Kruyter